De natuurlijke cyclus van de hommel en Nestgelegenheid

De natuurlijke cyclus van de hommel

Web.Science.uu.nl

De start

Rond half maart als de zon schijnt en het warmer is dan 10 °C, zullen de eerste hommelkoninginnen hun winterslaapplaats in de grond verlaten en buiten rond vliegen. Het zijn de koninginnen van de aardhommel (Bombus terrestris) met de donkergele banden die het eerst waargenomen worden. Min of meer tegelijkertijd vliegen koninginnen rond die iets kleiner zijn en helder gele banden hebben. Dit zijn de koninginnen van de veldhommel (Bombus lucorum). De koninginnen doen zich gedurende de eerste dagen te goed aan het stuifmeel en nectar van onder andere de botanische heide en van vroeg bloeiende wilgen. ’s Nachts zoeken ze weer een plekje in de grond. Andere soorten komen nu ook te voorschijn zoals de boomhommel (Bombus hypnorum) en de kleine weidehommel (Bombus pratorum). Nog later verlaat de eveneens kleine hommelsoort, de akkerhommel (Bombus pascuorum) de winterslaapplaats. Ook de mooie steenhommel (Bombus lapidarius) en de tuinhommel (Bombus hortorum) met zijn lange tong laten zich zien. Al die soorten hebben ieder hun eigen plekje waar ze een nest willen beginnen. De aardhommel nestelt in verlaten muizenhollen diep in de grond. Een boomhommelkoningin wil graag een holle boom maar is al zeer tevreden met een niet-schoongemaakte mezenkast. De steenhommel vindt vaak zijn plekje in een spauwmuur. De akkerhommel wordt regelmatig aangetroffen in rommelige hoekjes van een schuur en onder graspollen. Zij is evenals de weidehommel niet kieskeurig. Alle soorten gebruiken het aanwezige materiaal om een klein goed geïsoleerd nest te maken.

De aardhommel is de soort waarvan de levenscyclus gedetailleerd bekend is. Daarom zal de rest van het verhaal voornamelijk over deze soort gaan. Als de akkerhommel nog in diepe winterrust is vliegen de aardhommelkoninginnen al laag over de grond op zoek naar een goede nestplaats. Elk donker gat wordt geinspecteerd en gekeurd. Voor bevoorrading van een goedgekeurd nest vliegen koninginnen tijdens zonnige uurtjes uit en komen met achterpoten volbeladen met stuifmeel en een honingmaag vol nectar terug. De nectar wordt in een voorraadpot van was gedeponeerd. Het stuifmeel wordt tot een balletje gekneed waarop de koningin bekertjes van was construeert waarin ze ongeveer 10 bevruchtte eitjes legt. Vijf dagen zal de koningin de eibekers met eitjes warm houden met de warmte die vrij komt bij samentrekking van de vliegspieren. Ze zal alleen naar buiten gaan om haar honingvoorraad aan te vullen. De uitgekomen larfjes worden door de konigin gevoerd met een mengsel van honing en stuifmeel. De koningin zal meerdere uitstapjes gaan maken om stuifmeel te verzamelen voor de nu snel groeiende larven. Na 7 dagen zijn deze volgroeid en spinnen ze een stevige coccon waarna ze verpoppen. Op de coccons bouwt en belegt de koningin in een aantal dagen nieuwe bekers. De eitjes daarin profiteren van de warmte van de poppen.Om de inmiddels uitgekomen larven van het tweede broed te voeren maakt de koningin een gat in het wasomhulsel en stort een druppel voer tussen de larven die natuurlijk ieder voor zich zo veel mogelijk voer naar binnen proberen te lepelen. Voor de koningin is nu een drukke tijd aangebroken, een tijd die ze moet verdelen tussen het warm houden van het broed op zo’n 30 °C, het halen van nectar en stuifmeel en het voeren van onveer 35 larfjes. Gelukkig dat op het moment dat de larfjes hard groeien de eerste groep werksters uitkomen en de kolonie echt begint. De werkstertjes die duidelijk veel kleiner zijn dan de koningin nemen na een dag van uitkleuren en broed warm houden een aantal taken van de koningin over. De eerste dagen voeren zij de larven, bouwen de coccons waar ze uitgekomen zijn om tot honing- en stuifmeelpotten en zorgen dat het wasomhulsel waarin een aantal larven bij elkaar liggen met de groei van de larven ook groter wordt. Na 2-3 dagen gaan de eerste werksters al naar buiten om te fourageren zodat de koningin deze gevaarlijke taak niet meer hoeft te doen. Koninginnen van de aardhommel worden, afhankelijk van het weer, na april buiten niet meer gezien op een enkele nog steeds zoekende koninginnen na. Deze zijn besmet met een nematode (Sphaerula bombi) waardoor de eierstokken niet kunnen ontwikkelen. Dergelijke koninginnen zullen dus nooit een nest starten en gaan na verloop van tijd dood.

De verdere ontwikkeling

De koningin met een nest besteedt nu een groot deel van haar tijd aan het warm houden van het broed. Een tijd van actie breekt weer aan als de larven van het tweede broed gaan verpoppen. Want vanaf dat moment maakt de koningin dagelijks 1-3 eibekers waarin ze in elk ongeveer 10 eitjes legt. Het gevolg is dat na drie weken ontwikkelingsduur de kolonie dagelijks met meer dan 10 werksters zal groeien. Naarmate er meer werksters uitkomen valt het op dat de werksters zo verschillend in grootte zijn. Dit als gevolg van verschillen in temperatuur en hoeveelheid voedsel. De taakverdeling die bij de honingbij gebaseerd is op de leeftijd wordt bij de hommels deels door de lichaamsgrootte en deels door de leeftijd bepaald. Elke werkster draagt haar steenje bij in allerlei werkzaamheden. Er wordt veel ‘geprutst’ aan wasomhulsels van het broed, van honingpotten en stuifmeelpotten die midden in het broednest staan. Bij de nestingang staan nog een paar grote honingpotten. De honing wordt niet actief ingedikt zoals bij de honingbij maar zit in open potten waaruit het water langzaam verdampt. In het donkere nest kunnen de fourageersters met hun antennes feilloos de weg naar de voorraadpotten vinden. Er wordt niet gedanst, dus iedere werkster moet zelf op zoek naar goede drachtbronnen. Voor de hommels is het niet zo belangrijk dat ze tijd verliezen met hun speurtochten en ze hebben ook al voldoende aan de de bloeiende planten in de imkerstuin. Voor de honingbij was het veel belangrijker een taal te ontwikkelen waardoor bijen zich massaal op een grote en goede drachtbron kunnen storten en daarmee tienduizende hongerige larven kunnen voeren en een grote wintervoorraad kunnen aanleggen. De hommels hebben een honingvoorraad voor hooguit een paar regenachtige dagen. Hommels zijn minder bloemvast dan de honingbijen maar toch zie je ze vaak alleen bloemen van een zelfde soort bezoeken.

De opstand

De kolonie is inmiddels uitgegroeid tot zo’n 80 werksters. De situatie is van de ene op de andere dag ingrijpend veranderd. Er heerst nu onrust in het anders zo harmonieuze volkje.Werksters leggen nu ook eitjes en de koningin is haar monopoliepositie kwijt. Maar ze probeert door het leeghalen van de door de werksters belegde eibekers haar dominantie nog te handhaven. Er zijn zelfs gevechten tussen koningin en werksters als deze laatsten eitjes van de koningin proberen te roven Er komt dus weinig tot geen nieuw broed meer bij. Er komen nog steeds werksters uit. Ook wordt er nog gefourageerd want er zijn nog veel larven van die periode ervoor te verzorgen. Maar gaande weg ziet het nest er vuiler uit, het is natter, er komen schimmels en parasieten zoals de wasmot, kevers, vliegenlarven enz. Mijten die al in de beginfase van de kolonie aanwezig kunnen zijn overdekken de hele kolonie inclusief haar bewoonsters. Maar voordat deze eindfase van de kolonie bereikt is zijn er al mannetjes en nieuwe koninginnen geproduceerd.

Mannetjes

In de fase dat de koningin dagelijks een aantal eibekers belegt is er een moment dat de koningin de eitjes niet meer bevrucht. Uit deze onbevruchtte eitjes komen 25 dagen later mannetjes. De omschakeling is definitief. Met andere woorden er worden geen werksters meer geproduceerd. De koningin blijft mannetjes produceren tot aan de fase waarin ook werksters eitjes leggen die vanzelfsprekend onbevrucht zijn. Daarna zullen vanwege de competitie nog nauwelijks mannetjes grootgebracht worden.

Jonge koninginnen

De productie van nieuwe koninginnen is een verhaal apart. De hommelkoningin produceert net als de bijenkoningin feromonen (geurstoffen die o.a. zorgen dat er geen koninginnen geproduceerd worden en dat werksters geen eitjes gaan leggen). Voor het opkweken van nieuwe koninginnen die voor het voortbestaan van de soort zorgen moeten er dus veranderingen in de feromoonproductie komen. Dit gebeurt in een fase waarin er voldoende werksters zijn om het vele voer voor de koninginnenlarven aan te dragen. De determinatie tot koninginnen wordt bepaald door de hoeveelheid voer en niet door de kwaliteit. Die veranderingen in de koningin hebben echter voor haar een nadelig effect: werksters kunnen eitjes gaan leggen. Een belangrijke factor voor het kunnen opkweken van jonge koninginnen is natuurlijk het aanwezig zijn van bevruchtte eitjes en larfjes tot 3.5 dagen oud. Het blijkt dat sommige koninginnen zo vroeg omschakelen naar het leggen van onbevruchtte eitjes dat er geen bevruchtte eitjes meer zijn op het moment van de volksopstand. Dergelijke kolonies brengen geen of maar enkele koniginnen voort. Het worden kleine kolonies (150 werksters) die echter honderden mannetjes produceren. Andere koninginnen schakelen later om en kunnen nog uit de laatste bevruchtte eitjes en larfjes koninginnen opkweken. Omdat de koningin zoveel later omschakelt worden er ook meer werksters geproduceerd (300) en minder mannetjes.

Paring

Mannetjes verlaten 3 dagen na uitkomen de kolonie en komen niet meer terug. Buiten zetten zij vliegbanen uit door het afgeven van geraniumachtige geuren op takjes, bloemen en stenen op kruidhoogte. De baan is een grillige gesloten ring, tientallen meters in doorsnede. Ze vliegen regelmatig langs hun baan op zoek naar koninginnen en vernieuwen daarbij dagelijks de geurplekjes. Tussendoor vliegen ze naar bloemen om zich te laven aan nectar en zich te koesteren in de zon. Dit gebeurt vanaf eind juni en weldra zijn in de tuinen alle bloemen bezet door mannetjes van de verschillende hommelsoorten. In deze periode vallen de hommels pas op en omdat mannetjes geen angel hebben denken mensen dat hommels niet kunnen steken. De jonge koninginnen die na een ontwikkelingsduur van 30 dagen uitkomen blijven 5 dagen in de kolonie. In die tijd ontwikkelen zij hun vetlichaam waardoor ze een winterrust van 9 maanden kunnen overleven. Normaliter voeren zij geen taken uit. Na uitvliegen keren ook zij niet meer terug naar het nest. Eenmaal buiten is de kans groot dat een koningin een vliegbaan doorkruist. Aangelokt door de geur vliegt ze langs de baan en na ontmoeting met het mannetje zal de paring snel volgen. Deze gebeurt op een vaste ondergrond en duurt 15-30 min. Het mannetje gaat niet dood en kan gedurende een paar weken op zoek gaan naar een volgende koningin. ’s Nachts schuilen de mannetjes onder bladeren van planten. De koningin zal in de regel een keer paren en vervolgens al in juli een winterplaats zoeken in vochtige plekjes onder bomen, struiken of zelfs in composthopen waar zij tot het volgende voorjaar blijven.

Het einde

In het oude nest zal het steeds leger worden omdat de mannetjes en koninginnen het nest verlaten. De eerste werksters zullen langzamerhand door ouderdom sterven. Geen nieuw broed is meer aanwezig. Uiteindelijk blijft nog een oude, kale koningin met een paar trouwelingen over in een al half vergaand nest. De koningin die 1 jaar kan leven zal in juli/augustus doodgaan en van de oude kolonie zullen uiteindelijk alleen de jonge koninginnen overblijven.

Nestgelegenheid voor sociale hommels 

Blijebijen.be

Nesthulp

Als voor deze dieren nesthulp wordt gemaakt, dan bestaat die uit een kamertje in de vorm van bijvoorbeeld een holle kubus met ribben van 15 tot 20 cm met een inloopgat. Maar omdat hommels in de inloop hun uitwerpselen laten vallen, moet de toegang uit een aanloop bestaan, zoals een gangetje of een voorkamertje. Verder dient de woonkamer voorzien te zijn van isolatiemateriaal, dun stro en poetskatoen (geen watten). De geur van muizen er in brengen door er wat muizenuitwerpselen in te strooien wil wel eens helpen. Je kunt ook een jaar wachten totdat er eerst muizen hebben gewoond in de hommelkast. De boomhommel nestelt uitsluitend in nestkasten die een oud vogelnest bevatten. Die soort is dus daarmee goed te helpen. Er zijn wel een aantal spelregels waaraan u moet voldoen:

  • plaats de kast niet op een plek waar ze kan omgestoten worden
  • plaats de kast niet op een plek waar veel verkeer of trillingen voorkomen
  • plaats de kast op een droge plek
  • gebruik geen behandeld hout
  • maak altijd een voorhof en een binnenkamer
  • maak bovenaan de kast een opening met gaaswerk voor ventilatie of maak zeer kleine gaatjes (2mm)
  • plaats isolatiemateriaal in de binnenkamer
  • indien u de kast begraaft, plaats dan een buis in de opening van het voorhof

 

bbct-BUMBLEBEE-NESTING-TOPBee-nesting-2Bee-nesting-42010-03-23-R.b-hommelpot-W.K1bumblebee_fact_sheet11082453_874708945922578_214246853793761483_n10397139_874707142589425_6501393853422862793_o155211_531836840194492_1579091901_nNest_of_the_Common_Humble-Bee_Plate_15_Jardineaardhommel4Bombus lapidarius nest closeup11110472_904313809628758_8269575628072212059_nBoshommel Bombus sylvarum Nest

21176_874721579254648_6991801851735668028_n

Voor meer informatie kijk even verder op de onderstaande websites :

  1. Bumblebeeconservation.org
  2. Bugguide.net

How to make a bumblebee nest

Gardenersworld.com

Overview

Bumblebee numbers have declined in recent years, due to changes in agriculture, which have led to fewer nesting opportunities and flowers for them to feed from. Making this simple nest will encourage them to nest safely your garden. Many species nest underground in old mouse or vole burrows – which this project mimics.


How to do it

1

Select a generous amount of nesting material – ideally an old mouse nest. Alternatively, cut up some dry straw, avoiding using any that’s damp or rotting.


2

Make a cradle out of chicken wire to support and keep the nest dry. Fill the cradle with plenty of bedding material, but don’t pack it too tightly.


3

Perforate an old piece of piping with drainage holes, using a needle. Push the pipe into the cradle so one end sits in the nest at a shallow angle, allowing the bees to climb in and out easily.


4

Dig a hole deep enough to submerge a third of the flower pot. The pot will be part-buried in the ground to create the cool, moist conditions bumblebees need.


5

Gently turn the pot upside down, holding the cradle, nest and pipe in place with your hand. Then sink the pot into the ground, ensuring there are no kinks in the entrance pipe.


6

Push loose soil up around the edge of the pot and pipe, leaving the pipe’s tip poking out above the surface. Place the slate over the top to keep the nest dry.

Bee helpful
So, how can you help? Good question. Bumblebees need two things: a nest in which to make a cosy home, and lots of flowers for food. So why not build a bumblebee nest in your very own garden? Simply download our guide from The Wildlife Trusts and give our bumblebees a boost.

Once you start to attract groups of bees, you can download The Wildlife Trusts spotting guide, to discover which species are dropping by your garden. Happy spotting!

Click me to download

 

Plans for bumblebee nest boxes

Bumblebee.org

On this page I’ve drawn some plans for making inexpensive bumblebee nest boxes. The plans and designs are very simple, and can easily be adapted to suit whatever materials you have (coffee cans with plastic tops are a very good alternative, as is an old teapot). The most important thing to remember is that a nest searching queen is looking for a safe, dry cavity that has enough nesting material. Her nest site of choice is an old mouse/vole nest, or a bird’s nest. So this is what you are trying to replicate. Please refer to the nestbox page for information about where to site the box as this is very important. If your box is sited in or near a good source of nectar and pollen for the whole nesting season, and is dry and safe, then you have done all that can be done.

Bumblebee nest made of an upside down flowerpot

This is the simplest nest to make. I’ve drawn it on the same level as the soil, but it could be in the soil with just the entrance a little above soil level; partially in the soil, or even located higher up if a base is provided. So this design is suitable for all species of bumblebee.

bumblebee nest box plan

The size of flowerpot used will determine the species that can use it.

I would advise a 10 cm diameter as the smallest size.

This will do for Bombus pratorum, B. hortorum and similar species.

For Bombus terrestris I would recommend a 20cm diameter pot.

The colour and material the pot is made of are not important, but probably a plastic pot is easier if you have to enlarge the entrance hole.

The entrance hole can be from 1.5 – 2.5 cm in diameter, but if you are aiming for B. pratorum, I would go for a 1.5 cm entrance hole.

The big stone on the top is just to stop the cover blowing off or being knocked off.

The little stones should be large enough to allow the bumblebee to crawl under with ease.

The slate/shingle can be any waterproof material.

The crushed chicken wire is there to keep the nest dry and to allow any debris to fall out of the nest. You don’t have to use chicken wire, any similar material will do.

What you are trying to create is a pad to separate the nest from the soil to prevent wetness coming up and to ease any wetness going down.

Nesting material

The nesting material is very important.

The very best is the entire contents of a mouse or vole nest complete with droppings, however this is not always readily to hand.

Alternatives are upholsters padding or wadding – the stuffing from an old chair is ideal as long as the material is natural, synthetic stuff tends to get tangled in the legs of the adults.

Dried moss that has been chopped into small pieces is also good as is finely chopped and dried grass. Kapok is also OK.

The nesting material should be formed into a ball and it is a good idea to make a little depression in it with your thumb for the queen to settle into.

Bumblebee nest box with a “tunnel” entrance

Many of the materials for this nestbox are the same as the one above.

As with the one above this nest box could be located above, partially in or almost entirely in the ground.

For the sizes of flowerpot, see the nest above.

For this nest a plastic flowerpot is best as a hole has to be cut into the side.

bumblebee nest box

The small stones between the slate and the gauze are there only to provide a space for ventilation, so can be smaller than those in the top nest.

The gauze is there to prevent entry of any predators, and may not be necessary if your flowerpot has very small drainage holes.

For nest material and chicken wire, see the nest above.

The hosepipe should fit snugly into the flowerpot hole.

The length of pipe used does not matter, but it should be 20 cm or more for for a small flowerpot.

The hosepipe can be used to fool a below ground nesting queen into thinking the nest is underground when it is not.

Where the hosepipe comes to the surface clear away foliage and clip the grass short to make the entrance visible to nest searching queens.

If you have access to mouse/vole droppings a few scattered in this area can also help attract queens.

The large stones or slabs of concrete are there to provide drainage, and can be of any number.

Double flowerpot bumblebee nest

This is best made with plastic pots.

If the nest is located fairly deep in the ground it is not necessary to fix the pots together as the soil will hold them in position, otherwise they have to be pinned, tied or somehow fixed together.

I do not recommend using glue as the smell can repel queens.

bumblebee nest box

For info. on the nesting material, chicken wire and gauze see the nests above.

The small pebbles are there to aid drainage.

The entrance to this box can be located nearer the bottom if you wish, and a hose pipe could even be attached if you want to locate the nest underground, or to simulate an underground nest.

Observation bumblebee nest

This nest is best made of wood.

The size depends on the species of bumblebee you have in your garden, and will range from a shoe box down to a kilo packet of sugar.

bumblebee nest box

I have not drawn the lid.

This should be of plexiglas or similar and in two parts so that the outer chamber can be cleaned.

This can be covered with more wood, or heavy material to keep out the light.

For information on the nesting material, gauze and hole sizes see the nests above.

It is a good idea to line the outer chamber with corrugated cardboard as it will get messy, and this can be replaced.

The entrance can have a hosepipe attached to replicate underground conditions.

The feeding hole should be made the size of the pipette/syringe/dropper you are using to supply nectar substitute, and should lead to a container.

This container should be small enough so that the bees cannot fall into it.

Or you can use a larger container covered with a gauze wide enough to allow the bumblebee tongue to penetrate.

Related pages : Bumblebee.org

Help bees
Nest boxes
Providing nest sites
Bee flowers Europe
Bee flowers N. America
Window boxes

SCHEMANLosborne

Raising Bumble Bees at Home 

A Guide to Getting Started

Ars.usda.gov

10982407_871681849558621_6288256076374884315_n

 

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s